Even Er Tussendoor: Néém op alsjeblieft …
Ze belde vanaf de andere kant van de oceaan.
Ja… het moest gebeuren. Direct. Ze was gevlucht, zei ze. Er was ‘dit en dat’ met haar bekakte, universitaire familie en ze had heel hard gewerkt. Ze was doodmoe.
Na het lezen van een reisfolder waarin stond dat je daar “helemaal bij zou komen”. Misschien had ze ook gedacht daar een leuke partner te ontmoeten.
Een nieuw begin, maar dan zonniger.
In het vliegtuig had ze vooral geslapen.
Ze kwam hoopvol aan.
Maar tot nu toe trof ze vooral stelletjes.
Allemaal Nederlanders.
En verliefd.
En net verhuisd.
Trots vertellend over hun huis.
Hun inrichting. De nieuwe ronde bank.
Het verhuizen van een piano naar een andere verdieping.
Gaap… gaap…
En dan kwam de tuin.
Er schoof nog een echtpaar aan uit haar eigen stad.
Toen het gesprek over duurzaamheid begon, probeerde ze een voorwendsel te verzinnen om weg te komen.
Ze kende de omgeving niet.
Misschien een club.
Misschien dansen.
Maar ze bleef zitten.
Ze dronk te veel.
Dat hielp ook niet.
De volgende dag belde ze me.
Ze voelde zich eenzaam.
“Waarom lukt mij dat nou niet?” vroeg ze.
“Waarom is er niemand echt geïnteresseerd in mij?”
Ik zei:
“Iedereen denkt dat wel eens.
Maar als jij echte belangstelling toont, komt er altijd iemand op je af.”
Ze zuchtte.
“Dan had je me gisteravond moeten meemaken. Ik heb alleen maar moeten luisteren.
Het ging maar door. Ik hoefde het niet te weten maar het gebeurde gewoon.
En ben toen weer alleen naar het hotel gegaan. Wat moet ik dan?”
“Het geluk komt niet uit een automaat,” zei ik.
“Kijk naar mensen. Praat met ze.
Ga een café in. Vraag iets.
Ga wandelen. Ga zwemmen.
Doe iets. Wacht niet.”
“Koop desnoods een nieuw trainingspak.
Of laat je haar knippen. En zet een heel aparte zonnebril op. ”
“Stop… stop alsjeblieft,” riep ze.
“Dat is te veel. Maar ik voel me al beter.”
Even bleef het stil.
“Ik begin met koffie,” zei ze toen.
Dat is genoeg.









