Gebrek aan lokale journalistiek en stemgedrag

b_250_200_16777215_00_images_witteklokjes.jpg  Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) gaat rond de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart onderzoek doen naar de vraag hoe - het gebrek aan- lokale journalistiek de Nederlandse democratie beïnvloed. Dit omdat er al tijden veel discussie is over de staat van regionale en lokale journalistiek. Aan de hand van de verkiezingen wil het Stimuleringsfonds laten zien wat het met de samenleving doet als we er massaal voor kiezen om geen geld over te hebben voor journalistiek in hun gebied.

De relatie tussen nieuwsvoorziening en stemgedrag wordt onderzocht in negen gemeenten: Amsterdam en Rotterdam, Enschede, Nijmegen, Almere, Smallingerland, Bunschoten, Langedijk en Roermond.

Onderzoeksbureau Kantar Public zal in elke gemeente 300 à 400 bewoners ondervragen over hun nieuwsgebruik en vertrouwen in de lokale politiek. Samen met studenten van Windesheim en de VU en onderzoekers van de LJS Nieuwsmonitor wordt de aanwezigheid van landelijke en lokale media in kaart gebracht, op alle (sociale) mediaplatformen. Dat wordt door de Media Distillery omgezet in data. Vervolgens wordt er naar verbanden gespeurd tussen de variabelen nieuwsaanbod, nieuwsgebruik en stemgedrag.

Mogelijk interessant zou je ook kunnen noemen het leesgedrag van jongeren in verband met het nieuws. Zij zijn degenen die straks het stemgedrag en de vorming van de democratie gaan bepalen. Soms stemmen ze ook al. En als ze af en toe een blik op de vertrouwde lokale krant werpen kan dat toch aanleiding vormen tot basale politieke keuzes. Dat wat dichtbij gebeurt en wordt besproken houdt je toch altijd directer meer bezig. 

Door de digitalisering en opkomst van sociale media is de manier waarop jongeren nieuws consumeren echter radicaal veranderd. De Zweedse onderzoekers Annika Bergström en Maria Belfrage hebben onderzocht hoe jongeren in Zweden omgaan met het nieuws. Kijken ze ‘per ongeluk’ nieuws of bewust? En welke invloed hebben vrienden en volgers van bepaalde netwerken op de nieuwsconsumptie. Zij ontdekten dat 44 procent van de jongeren dagelijks het nieuws leest via hun timeline en sociale media. 38 procent doet dit wekelijks en 9 procent minder vaak. Opleiding maakt niet uit.

Dat jongeren vooral geïnteresseerd zijn in het nieuws via sociale media staat vast. Verrassender is het dat opleiding en politieke voorkeur amper een rol spelen; in onderzoek naar gebruik van traditionele media zijn deze kenmerken juist wel van groot belang.

Vermoedelijk komen zij toch al vaak nieuws tegen in hun timeline zoals onlangs ook bleek uit recent Argentijns onderzoek. Ze volgen dan al automatisch uit zichzelf nieuwsorganisaties, maar lezen veel liever het nieuws dat door hun vrienden wordt gedeeld.
Omdat ze de bijdragen van vrienden en opinieleiders zo waarderen, hebben de jongeren dus vaak geen behoefte om zelf ook nog op zoek te gaan naar nieuws. Als iets belangrijk of interessant is, dan komt het via hun netwerk vanzelf bij hen terecht. Nieuws lijkt een natuurlijk onderdeel te zijn geworden van de sociale-media-ervaring van jongeren, iets waar ze op rekenen. Dat zal meespelen in hun stemgedrag. Daarop baseren ze mede hun visie.

Er is eveneens gebleken dat jongeren veel waarde hechten aan nieuws dat wordt gedeeld door bekenden. Onderzoekers stellen dan ook vast dat jongeren via sociale media informatie ontdekken die ze niet hadden ontdekt als ze bijvoorbeeld alleen het journaal zouden kijken.
Op sociale media kunnen volgens de onderzoekers weliswaar filterbubbels ontstaan, maar kunnen deze net zo goed worden doorgeprikt.

FOTO: REDACTIE