Museum Paul Tetar van Elven – Kunstzusters uit de vergetelheid
DELFT, 8 maart 2026 – INTERNATIONALE VROUWENDAG
En hoe intrigerend is dan zo'n expositie als deze? En waarom? ... Gewóón twee vrouwen die hun vak verstonden. En daar goed in waren. Maar dat kan soms al revolutionair genoeg zijn.
In het historische woonhuis van schilder Paul Tétar van Elven opent een tentoonstelling die twee 19de-eeuwse kunstenaressen terug in het licht zet: Adriana Haanen (1814–1895) en Maria Vos (1824–1906).
Onder de titel Vos en Haanen, Kunstzusters in Oosterbeek krijgen zij eindelijk het podium dat zij tijdens hun leven wél hadden — maar na hun dood verloren.
Succesvol – maar vergeten
In een eeuw waarin vrouwen niet welkom waren op de academie en niet naar naaktmodel mochten tekenen, wisten Haanen en Vos zich toch te vestigen als professioneel kunstenaar.
Zij exposeerden op de prestigieuze Tentoonstellingen van Levende Meesters, verkochten hun werk voor hoge bedragen en bouwden samen een villa in het kunstenaarsdorp Oosterbeek, waar zij ruim dertig jaar woonden en werkten.
Hun stillevens en landschappen werden geprezen.
Een recensent roemde Haanens bloemstuk op de Wereldtentoonstelling van 1855 in Parijs.
En in 1870 schreef zelfs Vincent van Gogh dat hij de stillevens van Maria Vos “uitmuntend” vond.
En toch verdwenen zij uit het collectieve geheugen.
REHABILITATIE
Het Delftse museum wil daar verandering in brengen. In de voormalige woning van Tétar van Elven worden de werken opnieuw getoond, niet als voetnoot, maar als volwaardige bijdrage aan de 19de-eeuwse kunstgeschiedenis.
De opening op 8 maart wordt verricht door Hanna Klarenbeek, conservator van Paleis Het Loo en auteur van Penseelprinsessen en broodschilderessen, over vrouwen in de kunst tussen 1808 en 1913.
Een kleine publicatie verschijnt bij de tentoonstelling.
Praktisch:
Tentoonstelling: 10 maart t/m 30 augustus 2026
Locatie: Koornmarkt 67, Delft









