Even Er Tussendoor: Het Hoekhuis
Ik liep vandaag langs een hoekhuis dat al een tijd mijn aandacht trekt.
Lang geleden woonde daar een aardige vrouw. Ze vertrok naar Den Haag, zei dat ze daar als kind had gewoond en zeker wist dat ze er gelukkig zou worden.
Ze kende er niemand.
Ik knikte.
En dacht: er zal wel iemand zijn.
Daarna werd het huis verbouwd. Lang, stil, bijna zonder mensen. Af en toe lagen er planken bij de vuilnisbak, maar ik zag nooit werklieden.
Op een dag hingen er gordijnen. Er stond meubilair.
Er moest wel iemand wonen.
Want elke avond om zes uur ging het licht aan.
En heel laat weer uit.
Maar ik zag nooit iemand.
In een stad als Amsterdam valt dat niemand op.
Maar mij wel.
Het werd een geheim waar ik geen raad mee wist.
Tot ik op een avond langs liep en het gordijn net iets te ver open stond.
Ik zag een vrouw. Donker, mooi, moe.
Ze lag op een bed, omringd door kaarsen.
Alsof ze wachtte.
Of misschien juist afscheid nam.
Ik liep door.
Maar dat beeld bleef.
Sindsdien gaat het licht nog steeds aan op dezelfde tijd.
En weer uit.
Maar de vrouw zie ik niet meer.
Misschien is ze teruggegaan naar iemand die haar riep.
Misschien is ze gebleven, maar alleen als het donker wordt.
Of misschien bewaart ze dit huis voor zichzelf,
voor het geval dat een liefde opnieuw begint,
of onverwacht eindigt.









