Kia zoekt het niet meer buiten, maar binnen
DOOR CAROLYN MERCEDES - BREUKELEN - 21 april 2026 - Tijdens de Milan Design Week kiest Kia dit jaar niet voor glanzende eindproducten, maar voor iets dat minder direct te grijpen is: gevoel, twijfel en verbeelding.
Onder de titel Resonance of Opposites opent het merk twee exposities waarin niet de auto centraal staat, maar het denken erachter.
Twee routes, één gedachte
De presentatie bestaat uit twee delen:Journey of Reflection in het Museo della Permanente en Journey of Projection in het Salone dei Tessuti.
Waar de eerste naar binnen keert, kijkt de tweede vooruit. Samen vormen ze een tweeluik: wat beweegt ons, en waar gaan we heen?
Een zuil die niet stil staat
In één van de ruimtes staat een cilindervormige installatie, opgebouwd uit transparante lagen waarin geel, blauw en roze licht verticaal door elkaar heen lopen.
Op het eerste gezicht oogt het als een strak vormgegeven lichtobject.
Maar wie even blijft staan, merkt dat het licht zich niet laat vastzetten. Het verschuift, breekt, mengt zich.
Alsof meerdere werkelijkheden tegelijk zichtbaar worden.
De zuil doet niets nadrukkelijks — en juist daardoor gebeurt er iets: je wordt gedwongen om te kijken, en nog eens te kijken.
Drie manieren van kijken ...
Journey of Reflection ontvouwt zich in drie delen:
- Cultural Vanguard – waar lichtlagen over elkaar heen schuiven en verschillende perspectieven samenvallen.
- Creative Risk-Takers – een ruimte met canyonachtige vormen die reageert op beweging en bezoekers uit hun vaste positie haalt.
- Relentless Innovators – een stille, bijna grotachtige omgeving waarin licht langzaam verschuift en tijd voelbaar wordt.
Het zijn geen losse installaties, maar variaties op één gedachte: hoe tegenstellingen niet botsen, maar elkaar nodig hebben. Dit is dus geen antwoord, maar geeft wel richting
Wat opvalt, is dat Kia hier niets probeert uit te leggen.
Geen nadruk op techniek, geen nadruk op product.
In plaats daarvan ontstaat er een ervaring die ergens tussen kunst en ontwerp in hangt.
Misschien is dat wel de grootste verschuiving: dat een automerk het aandurft om even géén auto te laten zien — en toch herkenbaar blijft.









