IGJ: Het mag niet, het mag nooit
UTRECHT – Mensen in de zorg zijn vaak kwetsbaar en afhankelijk. Daarom moeten werkgevers meer doen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en patiënten te beschermen.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) roept zorgaanbieders op het onderwerp zonder taboe te bespreken en vermoedens en incidenten laagdrempelig te laten melden.
De inspectie publiceerde daarvoor een aangescherpte versie van Het mag niet, het mag nooit.
Werkgevers moeten signalen eerder herkennen en maatregelen nemen.
Ook moeten zij het verleden van nieuwe medewerkers controleren, waaronder diploma’s, een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), registraties in het BIG- of SKJ-register en referenties van vorige werkgevers.
De IGJ adviseert zorgaanbieders om bij grensoverschrijdend gedrag zelf een tuchtklacht in te dienen.
In overleg met het slachtoffer kunnen zij ook aangifte doen. De inspectie raadt aan daarbij advies te vragen aan bijvoorbeeld Slachtofferhulp of het Centrum Seksueel Geweld.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag loopt uiteen van seksueel getinte berichten en beelden tot ongewenste aanrakingen, onnodig lichamelijk onderzoek, aanranding en verkrachting.
Ook seksueel contact met wederzijds goedvinden na een verliefdheid is volgens de IGJ niet toegestaan.
Tussen zorgverlener en patiënt of cliënt bestaat altijd een ongelijke relatie.
Seksueel getint contact kan daarin grote schade veroorzaken.
De gevolgen kunnen direct optreden of pas later zichtbaar worden.
Ze raken niet alleen de betrokkenen en hun omgeving, maar ook het vertrouwen in de zorg.
De boodschap van de inspectie is duidelijk: “Het mag niet, het mag nooit.”









