Van klimop tot vuur: wat blijft er over
Toevallig zag ik op tv hoe een knappe vrouwelijke douanebeambte met een lange blonde vlecht in Zweden een reiziger naar een andere gang stuurde. Ze vond dat hij verdachte, rode ogen had en mogelijk cannabis het land in wilde smokkelen.
“We weten nooit wat we tegenkomen,” zei ze. “We moeten blijven doorzoeken.”
Ik dacht nog: 'Waar maken ze zich druk over?'
Maar even later liet ze zien dat iemand een koffer met bedorven eten probeerde binnen te brengen. Ik griezelde ervan, terwijl de man zelf zei dat hij het gewoon had willen opeten.
Vanmiddag heb ik met een vriend eigenlijk ook aan grensbewaking gedaan; gewoon in mijn eigen, tamelijk ruime stadstuin.
De klimop uit een buurttuin had zich stil en vastberaden aan mijn schutting vastgeklemd en probeerde bijna onzichtbaar via de grond andere planten te verstikken.
Het was nog maar het begin, maar al snel hadden we een vuilniszak vol.
Het was goed bestede tijd, heerlijk weer.
Ondertussen kwamen berichten binnen over de Hongaarse verkiezingen, belangrijk voor heel Europa. Maar er zijn altijd van die situaties ver weg die als superbelangrijk worden gezien, terwijl er dichtbij dingen gebeuren die daar niet voor onderdoen.
Ook al geeft niemand dat makkelijk toe.
Er zijn méér mensen die daarover nadenken.
Grensbewaking, maar dan rond het terrein waarin iemands leven zich afspeelt.
In Milaan wordt tijdens Milano Design Week een tentoonstelling geopend rond een ogenschijnlijk eenvoudig element: de haard.
Er zijn met dit mooie weer weinig mensen die denken: 'Daar móet ik bij zijn.'
Toch gaat het hier niet om een technisch object, maar om iets wat opnieuw betekenis krijgt in een tijd waarin alles al lijkt uitgevonden.
In Spazio Vito Nesta presenteert curator Paolo Casicci met "Fireplaces. Domestic Presences in the Post-Technical Era" een reeks samenwerkingen tussen ontwerpers en bedrijven.
Nieuwe werken, nog niet eerder getoond, die zich richten op een oud gegeven: vuur in huis.
Vuur kan staan voor verwarming, maar ook voor iets anders:
de warmte van samenzijn.
Wat ooit vanzelfsprekend was - een plek om even stil te staan - lijkt naar de achtergrond verdwenen. Maar juist dat ‘verouderde’ blijkt hardnekkiger dan gedacht.
Net als de klimop.
Sommige dingen nemen ongemerkt ruimte in. Andere verdwijnen stilletjes uit beeld, om later opnieuw betekenis te krijgen.
De tentoonstelling laat zien dat vuur meer is dan functie.
Het is een aanwezigheid. Iets wat niet alleen verwarmt, maar ook verbindt.
Misschien is dat wat er overblijft, als alle techniek even wegvalt.
En wanneer je niet steeds naar verweggistan hoeft, om het gewoon goed te hebben in je eigen huis.









