Gouden ring uit Friesland blijft behouden voor Nederland
DEN HAAG/SUMAR - 2 juni 2026 - Een bijzondere gouden ring uit de 9e of 10e eeuw blijft behouden voor Nederland. De Nederlandse staat koopt het zeldzame sieraad aan voor de Rijkscollectie, zodat het niet naar het buitenland verdwijnt en ook toekomstige generaties het kunnen blijven bewonderen.
De ring werd in 1997 gevonden in het Friese Sumar door een metaaldetectoramateur. Wat begon als een opmerkelijke vondst in de Friese bodem groeide uit tot één van de meest bijzondere middeleeuwse objecten uit die periode die in Nederland bekend zijn.
Op de ring staat het Lam Gods afgebeeld, omringd door de symbolen van de vier evangelisten. Dergelijke ringen uit de vroege middeleeuwen zijn uiterst zeldzaam. Volgens deskundigen vormt de vondst een tastbaar symbool van de kerstening van Friesland, een tijd waarin oude tradities en het christelijke geloof elkaar ontmoetten.
Minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap noemt de aankoop belangrijk. Dankzij de opname in de Rijkscollectie blijft het voorwerp voor het publiek behouden en kan het in een Nederlands museum worden tentoongesteld.
Voor de Nederlandse overheid is de ring een onvervangbaar onderdeel van het cultureel erfgoed. Daarom werd eerder een beschermingsprocedure gestart toen het voorwerp mogelijk naar het buitenland zou worden verkocht. Uiteindelijk wordt de ring nu voor € 83.150 aangekocht vanuit het Museaal Aankoopfonds.
Toch schuilt achter deze vondst ook een heel menselijk verhaal.
De vinder vertelde in het Friesch Dagblad dat hij twee dochters heeft die later van hem erven. Een ring, zo redeneerde hij nuchter, kun je niet door tweeën delen. Dat eenvoudige gegeven speelde mee in zijn beslissing om afscheid te nemen van het bijzondere bezit dat hij bijna dertig jaar lang heeft bewaard.
Die gedachte lijkt bijna te passen bij het beeld dat veel mensen van de ingezetenen van Friesland hebben: rechtlijnig, praktisch en met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid.
Er bestaat een oude Friese uitspraak die luidt: „Wy Friezen knibbelje allinne foar God”. ... - Wij Friezen knielen alleen voor God.-
Of het nu geschiedenis of een volksverhaal is, de uitspraak weerspiegelt vanuit een groot gevoel voor rechtvaardigheid een onbuigzaam karakter dat velen nog altijd in de Friese provincie met haar eigen taal herkennen.
Ook in dit verhaal klinkt iets van die houding door. Niet het grote gebaar staat centraal, maar een heldere afweging. Een bijzondere vondst wordt niet verborgen gehouden, niet versnipperd en niet zomaar uit het zicht verkocht.
De story over deze gouden ring vertelt daardoor meer dan een beleidsmaatregel van de overheid op het gebied van cultuur. Het is ook niet alleen maar het verhaal over 'de kerstening van Friesland'.
Hij vertelt vooral iets over de mensen daar allemaal omheen. De vader die de ring vond, bewaarde en uiteindelijk besloot dat dit allebei zijn dochters nu eenmaal ten goede moest komen. Wat zou hij als vader anders hebben kunnen doen?
En al die mensen daar om heen die zich er voor hebben ingespannen om dit stukje geschiedenis zichtbaar te houden. De ministeriële beslissing zorgde daarbij wellicht voor de mooiste uitkomst want het verhaal gaat niet zozeer over over het bezit van de gouden ring.
Maar vooral ook over de mensen die hem beslist niet in tweeën wilden delen maar zorgvuldig jarenlang bewaarden en daarna samen ervoor konden zorgen dat straks iedereen die dat wil van de bijzondere aanblik en eerbiedwaardige geschiedenis van deze schat kan genieten.









