AI KRIJGT OPNIEUW EEN GROTE ZAAL
DOOR: PHIA BARUCH EN ELIAN BRON / – 13 augustus 2026 – AI-DATACENTERS – Een Duits energieconcern maakt Europese terreinen gereed voor mogelijke AI-datacenters. Eén van die locaties ligt in Nederland, maar niemand vertelt waar.
Het is hard werken in die hitte terwijl allerlei medewerkers met vakantie zijn. Tussen eindeloos gieters met water vullen voor de tuin door vroeg ik Elian Bron: “Vind je dit belangrijk genoeg voor een artikel?” Eerlijk gezegd voelde ik me enigszins wanhopig omdat je nooit genoeg water kunt geven.
Maar met de lege gieter vergeten in mijn hand vertelde ik verontwaardigd aan Elian Bron op de redactie over computers die vroeger een zaal vulden, later in een hand pasten en nu opnieuw complete gebouwen opeisen. "Vroeger ... vroeger...," zei hij. "Het is erg warm nu. Te warm om je zo druk te maken ook al heb je misschien ergens wel of niet gelijk over. Zet de gieter weg en laten we de kwestie rustig bekijken."
Hij leest mee:"Het Duitse energieconcern Uniper heeft bekendgemaakt dat het meer dan tien Europese bedrijfslocaties geschikt acht voor de bouw van AI-datacenters. Eén daarvan ligt in Nederland. Waar precies, wilde het concern niet vertellen."
"Het klinkt naar veel moeilijk gedoe,"zeg ik. "Maar misschien kan het niet anders. Veel stroomverlies. En grond waarop geen huizen kunnen worden gebouwd. Moeten we er niet een artikel over schrijven?"
“Ja,” antwoordt Elian. “Juist omdat het aansluit bij ons eerdere artikel. Daarin schreven we dat AI niet gewichtloos in de lucht rondzweeft. Achter ieder snel antwoord staan gebouwen vol computers, kabels, stroomvoorzieningen en koeling.”
Ik lees: " Uniper beschikt in Nederland over centrales of terreinen in Rotterdam, Den Haag, Leiden en op de Maasvlakte. Dat wil nog niet zeggen dat het nieuwe datacenter op één van die vier plaatsen komt. Er is ook nog geen definitief bouwbesluit genomen.
Drie buitenlandse locaties bevinden zich volgens Uniper wel in een vergevorderd stadium. Twee liggen in het Verenigd Koninkrijk en één in Duitsland."
ENERGIEBEDRIJF WORDT EEN SOORT HUISBAAS
"Het klinkt allemaal mysterieus alsof het zo moet worden gedaan," overweeg ik. " Alsof het zo moet gebeuren. Energieconcerns zijn machtig en bepalen dit-en-dat en worden dus een beetje zoals omroeporganisaties,” legde ik verder uit.
“Dat is een heel bruikbare vergelijking,” overwoog Elian. “Ze maken de AI-programma’s niet zelf, maar willen wel de grond, de stroom en de verbindingen leveren die nodig zijn om alles te laten werken.”
De toegang tot het elektriciteitsnet is daarbij van groot belang. Op veel plaatsen in Nederland is nauwelijks ruimte voor nieuwe grote gebruikers. Een bestaand energieterrein beschikt vaak al over zware aansluitingen, kabels en andere voorzieningen.
Uniper kan daardoor niet alleen elektriciteit verkopen. Het concern kan ook grond verhuren of verkopen aan bedrijven die datacenters willen bouwen.
"Onze pandjesprins had het dus allang en veel eerder begrepen,' constateer ik. "Een pand is niet alleen waardevol door de muren en het dak. Het gaat ook om de plaats, de aansluitingen en wat een volgende gebruiker ermee kan doen. Maar dat terzijde.
“Met al het gezwijg van onze overheid zijn we er intussen niet,” zei ik. “Er wordt verteld dat ergens in Nederland een terrein klaarligt, maar wij mogen niet weten waar. Terwijl een groot datacenter gevolgen heeft voor de stroomvoorziening, het watergebruik en de omgeving.”
“En de aangeleverde berichten doen alsof de bouw al vaststaat,” antwoordde Elian. “Dat is niet het geval. Er is een mogelijke locatie aangewezen. De Nederlandse plannen bevinden zich nog niet in de vergevorderde fase.”
EEN COMPUTER VULDE EEN COMPLETE ZAAL
Toen moest ik denken aan Laimkühle in Haarlem. Voor zover ik mij herinner was dat een belangrijk bedrijf dat lederen handschoenen maakte. Daar stond een computer in een grote zaal. Ik zag hem tijdens het maken van een modereportage als een groot griezelig zacht zoemend ding een nieuwe moderne machine die een hele grote zaal compleet vulde en mij met trots getoond werd.
Dat was het begin van het computertijdperk. Computers waren indrukwekkend, kostbaar en alleen bereikbaar voor grote bedrijven en instellingen.
“Ik heb nu eenmaal een flink aantal jaren geleefd,” zei ik. “Daardoor heb ik verschillende technische veranderingen zelf meegemaakt.”
De vader van mijn man stuurde voor het leger nog morsesignalen. Zelf herinner ik mij de eerste telefoons waarvoor mensen nog naar een postkantoor moesten. Nu kan vrijwel iedereen vanuit een stoel in Amsterdam zien wat er in Japan gebeurt en horen wat hij maar wil.
De computer bleef uiteraard bestaan, maar werd steeds kleiner. Wat eens een zaal vulde, paste later op een bureau. Inmiddels draagt bijna iedereen een computer in de vorm van een mobiele telefoon in de hand.
“Dan is het toch niet onredelijk om te denken dat die enorme, energieslurpende AI-datacenters ooit ook niet meer nodig zijn?” vroeg ik.
“Nee,” zei Elian. “Dat is geen vreemde gedachte. De techniek heeft telkens laten zien dat apparaten kleiner, sneller en zuiniger kunnen worden. Nieuwe chips kunnen veel meer berekeningen uitvoeren met minder stroom. Een deel van AI kan bovendien rechtstreeks in telefoons, computers, auto’s en andere apparaten terechtkomen.”
DE INDUSTRIE HOORT HET NIET GRAAG
Natuurlijk staat daar iets tegenover. Wanneer computers goedkoper en zuiniger worden, gaan mensen ze vaak veel meer gebruiken. Een besparing per berekening hoeft daardoor niet te leiden tot een lager totaalverbruik.
Niemand kan met zekerheid voorspellen welke ontwikkeling uiteindelijk het zwaarst zal wegen.
Toch wordt nu veel geld geïnvesteerd in enorme gebouwen die gebaseerd zijn op de techniek van vandaag. Uniper zegt dat de Europese Unie de capaciteit van datacenters binnen vijf tot zeven jaar wil verdrievoudigen.
“Misschien bouwen we nu kostbare installaties die over twintig jaar alweer ouderwets zijn,” zei ik.
“Dat wil natuurlijk niemand horen die er miljarden in steekt,” antwoordde Elian. “Een energieconcern verkoopt liever het beeld van een onafwendbare toekomst. Het zegt niet dat een nieuw datacenter later misschien een digitaal monument voor een achterhaalde technische periode wordt.”
Dat betekent niet dat de datacenters zeker zullen verdwijnen. De vraag naar rekenkracht kan juist blijven groeien. Maar het betekent wel dat de overheid en investeerders rekening moeten houden met verandering.
Wie betaalt wanneer een techniek sneller veroudert dan verwacht? Wat gebeurt er met de gebouwen? En waarom wordt niet openlijk verteld welke Nederlandse locatie wordt overwogen?
"Vermoedelijk ben ik de oudste moderedactrice van Nederland maar ik leef in het nu. In de actualiteit met de ervaringen van vroeger," zei ik.
ERVARING IS GEEN NOSTALGIE
Elian zegt: "Dat is duidelijk en je bent bepaald niet de eerste die over nuttige ervaringen beschikt. Het verhaal over een computer in een Haarlemse zaal komt misschien uit een oude schoenendoos. Maar het blijft wat mij betreft daar niet in liggen... "
Dat zal veel van onze bezoekers goed in de oren klinken. Hun zelfvertrouwen versterken.
"Daar werken we aan,"concludeert Eiian Bron bedachtzaam. "Misschien is het net zo makkelijk voor iedereen om zich daarover uit te drukken. Maar ervaring is geen verzameling vergeelde herinneringen. Zij helpt om de plechtige voorspellingen van vandaag enigszins te relativeren."
Ik hoor iedere dag verkondigen dat ik vooral genoeg water moet drinken met deze warmte maar ik schenk voor ons allebei maar een glas in.
“Je kijkt niet achterom omdat vroeger alles beter was,” zegt Elian. “Je gebruikt wat je eerder hebt gezien om het heden te beoordelen.”
Dat is precies wat ik bedoel.
Ik heb geen bezwaar tegen vooruitgang. Integendeel. Maar ik heb lang genoeg geleefd om te weten dat techniek geen eindstation kent. Wat vandaag een complete zaal, fabriek of energiecentrale nodig heeft, kan later misschien in een menselijke hand passen.
Terwijl anderen mogelijk denken dat op onze redactie de vakantie is aangebroken, werken wij daarom verder. Onder meer aan berichten over nieuwe materialen waarin geen zweetdruppel zichtbaar wordt en een mens zich toch koel kan voelen.
De technische toekomst laat zich tenslotte niet alleen bouwen. Zij moet ook af en toe met enige ervaring worden tegengesproken.
En nu verder met dat glas water. Koel ... Helder glas water!
(Het lied 'Koel helder water’ werd in Nederland bekend door De Chico’s. Het dateert uit 1951 en is een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse cowboylied ‘Cool Water’ van Bob Nolan. De Nederlandse tekst werd geschreven door Simon Sint. Ook de Swinging Nightingales hebben het uitgevoerd.
Het gaat over: Gebarsten droge grond en dorstige paarden.
Dan komen de hitte, de herinneringen en de oude schoenendoos heel natuurlijk bij elkaar. Zelfs het lied uit een ver verleden blijkt ineens midden in het heden te staan.









